De Fourme d’Ambert wordt al sinds de 9e eeuw geproduceerd rond de stad Ambert, aan de westkant van de Monts du Forez. In de 9e eeuw werd de kaas vooral gebruikt om belastingen te betalen, maar tegenwoordig is het een echte klassieker onder de Franse blauwaderkazen. Aan de melk wordt een gist toegevoegd met melkzuurbacteriën en de Penicillium roqueforti-schimmel. Tijdens de rijping worden er met een naald kleine gaatjes in de kaas geprikt. Dit zorgt ervoor dat er zuurstof bij komt en de schimmelvorming zijn werk kan doen. De smaak van de Fourme d’Ambert is zacht en de structuur korrelig.